Het gerechtshof Amsterdam heeft op 16 juni 2026 in hoger beroep geoordeeld dat Temper als uitzendonderneming moet worden beschouwd. Daarmee komt het hof tot een ander oordeel dan de rechtbank Amsterdam, die in juli 2024 oordeelde dat Temper geen uitzendbureau is en alle vorderingen van FNV en CNV verwierp.
We zijn dan ook zeer verrast door deze uitspraak en zijn het er fundamenteel mee oneens. Wij zien sterke aanknopingspunten om het arrest van het hof te laten heroverwegen door de Hoge Raad en zijn daarom een cassatieprocedure gestart. Gedurende deze cassatieperiode is de uitspraak dan ook niet definitief.
Temper blijft zich inzetten voor een arbeidsmarkt waarin ruimte blijft voor mensen die bewust voor flexibiliteit kiezen, met passende bescherming.
De rechtszaak in het kort: van de eerste uitspraak tot cassatie
Eind 2020 - start van de procedure FNV/CNV tegen Temper
De juridische strijd van FNV en CNV tegen Temper begon eind 2020. De bonden claimden dat platformwerk via Temper kwalificeert als uitzendwerk en dat FreeFlexers via Temper daarom geen zelfstandigen zijn, maar uitzendkrachten in dienst van Temper.
Wat volgde was een langdurige en precedentscheppende procedure.
Oktober 2023 - de opt-out
In oktober 2023 nam de rechtbank een significante tussenbeslissing: alle vorderingen die de vakbonden hadden ingediend namens mensen die via Temper werken of hebben gewerkt, werden beëindigd. De reden? Minimaal 15.000 FreeFlexers hebben zich actief gemeld bij de rechtbank met de boodschap dat ze zich niet wilden laten vertegenwoordigen door FNV en CNV. Een opt-out op deze schaal was ongekend in Nederland, en werd een krachtig signaal vanuit de werkenden zelf.
10 juli 2024 - de uitspraak van de rechtbank: Temper is geen uitzendbureau
Op 10 juli 2024 volgde de inhoudelijke uitspraak. De rechtbank Amsterdam oordeelde glashelder. Volgens de rechtbank ontbraken twee essentiële elementen van een uitzendovereenkomst: Temper oefent geen formeel werkgeversgezag uit en betaalt de FreeFlexers geen loon.
Daarnaast was er van het derde essentiële element – het persoonlijk verrichten van arbeid – niet of nauwelijks sprake. De rechtbank wees dan ook alle vorderingen van de vakbonden af, en oordeelde dat Temper niet kon worden beschouwd als uitzendbureau.
Najaar 2024 - hoger beroep FNV en CNV
FNV en CNV gingen in het najaar van 2024 in hoger beroep, waarbij het gerechtshof wordt gevraagd de zaak opnieuw te beoordelen. Op 16 juni 2026, deed het gerechtshof Amsterdam uitspraak in dat hoger beroep, en oordeelde dat Temper moet worden beschouwd als uitzendonderneming.
16 juni 2026: de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam in hoger beroep geoordeeld dat Temper in deze zaak als uitzendonderneming moet worden gezien. De uitspraak betekent dat het hof een andere afweging heeft gemaakt dan de rechtbank Amsterdam, die in juli 2024 in het voordeel van Temper oordeelde.
Juli 2026: Temper start de cassatieprocedure
Temper heeft het arrest zorgvuldig bestudeerd en besloten om in cassatie te gaan bij de Hoge Raad. Wij staan achter ons model en zijn gemotiveerd om het recht op de juiste manier zijn beloop te laten. De juridische kwestie is nog lang niet definitief beslecht. Daarom vechten we een uitspraak aan die volgens ons onjuist is — en daar hebben we sterke gronden voor.
Het is voor ons belangrijk om in te kunnen blijven spelen op de behoeften van de gebruikers en te blijven inzetten voor het recht op deze manier van werken. Voor een arbeidsmarkt waarin ruimte blijft voor mensen die bewust kiezen voor flexibiliteit, met passende bescherming.
De uitspraak heeft geen directe gevolgen: voor opdrachtgevers niet, en voor FreeFlexers niet.
Cassatieprocedure: wat betekent dit in de praktijk?
Het korte antwoord: er verandert niets. Temper is officieel in cassatie gegaan bij de Hoge Raad. Zolang die procedure loopt – en dat kan geruime tijd duren – is de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam niet definitief. Niet voor opdrachtgevers, niet voor FreeFlexers en niet voor de dagelijkse werking van het platform.
Concreet betekent dit:
- Temper blijft gewoon actief.
- Bestaande contracten tussen opdrachtgevers en flexwerkers blijven van kracht.
- Shifts worden gepubliceerd, ingevuld en verwerkt zoals altijd.
Er zijn geen automatische claims, geen terugbetalingen en geen wijzigingen in tarieven of afspraken van kracht.
Temper houdt opdrachtgevers en flexwerkers nauwgezet op de hoogte van het verloop van de cassatieprocedure. Zodra er relevante ontwikkelingen zijn, informeren we je direct.
De toekomst van werk – en het aandeel van Temper
Deze uitslag bevestigt hoe belangrijk het is om de discussie over platformwerk te blijven voeren. De conclusies van de rechtbank en het gerechtshof van Amsterdam zijn zeer uiteenlopend. Daarnaast is beleid en wetgeving volop in ontwikkeling maar biedt nog niet altijd de gewenste duidelijkheid.
De arbeidsmarkt is voorgoed veranderd. Mensen kiezen bewust voor flexibiliteit, autonomie en ondernemerschap. Ze werken voor meerdere opdrachtgevers, bepalen zelf hun tarief en plannen werk rond hun leven. Bestaande juridische kaders zijn niet altijd toegerust om die realiteit te beoordelen. Dat is geen kwestie van kwade wil, maar van een wereld die snel beweegt en de wetgeving die daarop moet inspelen.
CEO Mathijs van Tetteroo: “Temper draagt sinds oprichting bij in een open gesprek om te zoeken naar oplossingen. Niet vanuit de rechtszaal, maar aan tafel, met vakbonden, beleidsmakers en andere relevante partijen. We geloven dat goede bescherming en echte vrijheid elkaar niet uitsluiten, mits de regels aansluiten bij hoe mensen vandaag de dag werken.”




